12 juni 2026 · 5 min lezen
Je belt een onderzoeksbureau, en het eerste wat je hoort is: "we beginnen met Fase 1, en op basis daarvan kijken we of Fase 2 nodig is." Op dat moment knik je mee, maar eigenlijk heb je geen idee wat het verschil is. Geen zorgen — het is simpeler dan het klinkt. Fase 1 verzamelt en beoordeelt, Fase 2 graaft en meet.
Fase 1: het speurwerk
In Fase 1 duikt de onderzoeker in de archieven: bouwtekeningen, de grondwaterstand, gegevens over de bodem, en de zichtbare staat van je woning. Er komt geen schep aan te pas. Het resultaat is een onderbouwd risicobeeld én een advies: is graven nodig, of niet? Voor heel veel woningen stopt het hier.
Fase 2: de waarheid uit de grond
Wijst Fase 1 op risico, dan volgt Fase 2. Nu wordt er een inspectieput gegraven en worden de paalkoppen blootgelegd en beoordeeld op paalrot en aantasting. Dit geeft de meeste zekerheid — en is meteen de duurste stap, zie kosten per fase.
Welke heb jij nodig?
Voor de meeste kopers en eigenaren is een indicatie of Fase 1 voldoende. Fase 2 is aan de orde bij duidelijke risicosignalen of een hoog funderingslabel. Je hoeft dus zelden meteen de zwaarste (en duurste) route te kiezen.
Benieuwd naar het funderingsrisico van jouw woning?
Doe de gratis check op postcode en zie direct je indicatieve risico.
Check je risico →